Groevenbeek. Van leengoed tot landgoed

Het landgoed Oud Groevenbeek behoeft nauwelijks een introductie bij diegenen die bekend zijn in de omgeving Putten-Ermelo. Dat er ook een aangrenzend gebied is dat Nieuw Groevenbeek heet, is waarschijnlijk minder bekend.

Oud Groevenbeek is nu een fraaie bezitting van Natuurmonumenten met een afwisselend landschap en tal van wandelmogelijkheden. Dat is het resultaat van ontwikkelingen die hier vanaf omstreeks 1850  plaatsvonden. Daarover gaan afzonderlijke artikelen over Oud en Nieuw Groevenbeek. In dit artikel gaat het over de geschiedenis van (Oud) Groevenbeek tot het midden van de negentiende eeuw.

Ontstaan, landschapstype en naam

Wanneer het mogelijk zou zijn om eens rond te kijken bij Groevenbeek rond het jaar 1810 dan zouden we het niet herkennen. Als een enclave in een enorm heidegebied lag daar een boerderijtje met wat bouwland en enkele percelen bos en hakhout. In het noordoosten grensde het aan een dergelijk gebied, Kampveld. Beide gebieden behoorden tot de zogenaamde kampontginningen. Hét kenmerk hiervan is een verspreide ligging van de boerderijen met aansluitend het akkerland in onregelmatige blokvormige en door houtwallen omheinde percelen, de zogenaamde kampen.’ Een relatief groot terrein werd afgepaald, vaak door een houtwal. Binnen deze grens werden daarna enkele gedeelten als akkerland ingericht. De overige gronden binnen het complex waren in gebruik als weiland of als heide/bos.

Op het kaartje staat de naam Grovenbeek vermeld. Je zou dit kunnen zien als een overgangsnaam tussen Grobbenbeek (de oude naam) en het modernere Groevenbeek. Grobbe kan te maken hebben met kleine wateren of beekjes, maar dan is dat in combinatie met beek eigenlijk dubbel. Een andere mogelijkheid is de vernoeming naar een persoon. Voorbeelden van personen met de achternaam Grobbe zijn er geweest in Harderwijk en bijv. ook Terschuur. In dit artikel worden beide namen door elkaar gebruikt, maar doorgaans in overeenstemming met de tijd waarin zij gangbaar waren.

Oudste geschiedenis

De oudste geschiedenis van Groevenbeek blijkt verbonden te zijn met een klooster te Werden in Duitsland dat door de zendeling Liudger was gesticht. Liudger had zijn bezittingen aan dit klooster geschonken, waaronder waarschijnlijk ook goederen in Telgt die hij van ene Hiddo had gekregen. Om de op grote afstand gelegen goederen te kunnen beheren beschikte het moederklooster over een beheerkantoor in de regio.
De goederen van Werden zijn in 1492 verpand aan de het klooster Abdinckhof in Paderborn. Nadat in 1556 de verpanding was ingelost, gingen de goederen drie jaar later door verkoop alsnog naar dat klooster. Dit werd daardoor in één klap een nog veel belangrijkere grondbezitter in de regio. In Putten was een beheerkantoor dat de Kelnarij werd genoemd. De beheerder werd de kellner of kellenaar genoemd.

Herkomst

Hoe weten we dat Groevenbeek ooit heeft toebehoord aan dat heel oude klooster in Werden? Het is wat vreemd maar we beginnen bij de opheffing van de kelnarij. Het klooster in Paderborn werd in 1803 opgeheven en de goederen in Nederland werden door de Bataafse Republiek in bezit genomen.

Het beheer bleef echter op de oude voet gehandhaafd; de gebruikers van de horige goederen waren, evenals vroeger, nog allerlei betalingen verschuldigd. In 1810 werd de kelnarij tot kroondomein verklaard. In de periode 1803 -1807 maakte men een uitgebreide inventarisatie van o.m. de goederen in en om Putten. Onder een hoofdstuk met inkomsten ‘herkomende van de bestaan hebbende Abdije van Werden’ komen we Groevenbeek tegen. De titel van het hoofdstuk meldt ook nog de koop door de kelnarij van deze goederen.

Ook onder het hoofdstuk Leengoederen komt Grobbenbeek voor als een leengoed ten Zutphensen rechte. Een aantal Werdense goederen staat nog te boek als (hof)horig. Blijkbaar was Groevenbeek al vroeg vrijgekocht (gevrijd). Deze twee vermeldingen vormen een verrassend gegeven. Dat Lompsem (nu Loksum) in Telgt onder Ermelo een Werdens goed was, was wel bekend maar dit was nieuw. Het maakte ook nog nieuwsgieriger naar de ouderdom. Ermelo wordt al in een 12e-eeuwse Werdense bron genoemd en Lompsem in de eeuw daarna.

Oudste vermelding

Oude kampontginningen kunnen zomaar van rond het jaar 1000 dateren. Een aanwijzing voor grote ouderdom is vaak de verplichting voor de bezitter om jaarlijks een bepaalde hoeveelheid rogge te geven. Het erve Grobbenbeek moest jaarlijks 16 garven rogge aan de koster van Ermelo leveren. Ter vergelijking, voor de grotere gold 24 garven, voor kleine 12 garven. De verplichting is een eerste aanwijzing voor grote ouderdom. Een uitvoerige lijst van horigen in Gelre die rond 1320 is gemaakt, vermeldt wel Volenbeek, maar helaas niet Groevenbeek .In 1431 verschijnt Grobbenbeek wel in de papieren. Volgens een register van onder andere leengoederen in het archief van de Kelnarij van Putten was Grobbenbeek in dat jaar veranderd in een leengoed ten Zutphensen rechte. Dit register is in de 18e eeuw gemaakt. De opsteller heeft zich gebaseerd op oudere bronnen. Door zijn inspanningen hebben we nu een kant en klare lijst van bezitters in de daarna volgende eeuwen. Daarin speelt aanvankelijk de familie Van Vanevelt een prominente rol. Deze van oorsprong horige Nijkerkse familie, ook uitgezwermd naar Harderwijk, ontleende haar naam aan de gelijknamige boerderij. Het huidige landhuis Salentein bij Nijkerk staat op de landerijen van het voormalige Vanevelt.

Eigenaren in kort bestek

Om dit toch alweer uitdijende verhaal wat in te dammen gaan we in grote stappen door de eigendomsgeschiedenis. Onderaan vindt de geïnteresseerde lezer een knop met een link naar een uitgebreid artikel.

Ruim twee eeuwen is de naam Van Vanevelt verbonden geweest aan Groevenbeek. In 1682 verkocht Van Hennekeler met toestemming van de kellner Hendrick Steineken het goed Grobbenbeek aan Willem van Westerveld Junior. De nieuwe leenman was een telg uit een Harderwijks geslacht dat zijn bezittingen in de decennia rond 1700 sterk uitbreidde.

Door nieuwe beleningen en vererving heeft familie Van Westervelt Groevenbeek lang in bezit gehad. Uiteindelijk verwierf Johanna van Westerveld, gehuwd met de heer Roos van Hoijtema, in 1822 het goed Groevenbeek. Inmiddels was dit geen leengoed meer. In 1805 was tijdens het Franse Bewind het leenstelsel opgeheven. Bovendien was in 1803 het klooster Abdinckhoff opgeheven, zoals we gezien hebben.
De familie Roos van Hoijtema veilde waarschijnlijk al snel haar nieuw verworven bezit. Burgemeester Vitringa had een open oog voor zijn belangen en kocht dit oude kloostergoed. Op 22 augustus 1846 verkocht hij Groevenbeek aan de heer Jacob van Hall. Dit vormt achteraf gezien de start naar de omzetting tot een landgoed. Maar daarover gaat een ander artikel.

De boerderij zelf

Toen Groevenbeek in 1822 vanwege een erfenis werd beschreven, bestond het erf uit een huis met schuur, hooiberg en schaapschot, bijna 10 hectare bouwland, één hectare hooiland op Riebroek en twintig hectare bos. Er was jaarlijks een thins van 12 cents en drie vierde spint rogge verschuldigd aan de Rijksdomeinen, de rechtsopvolger van de abdij in Paderborn. Aan de Kosterij van Ermelo moest jaarlijks, het is al verteld,16 garven rogge worden betaald.

De situatie anno 1832 op basis van de kadastrale gegevens. De weg door het erf naar het noorden is op de kadastrale kaart niet ingetekend, maar hier toegevoegd. De Zuiderzeestraatweg is weggelaten. Deze werd aangelegd door het oostelijk deel van het grondgebied van Groevenbeek.

Letterlijk dóór het erf van de boerderij liep een pad dat in zuidelijke richting de ontsluiting vormde naar de grote weg van Ermelo naar Putten (een aftakking van de Arnhemse Karweg). Deze kwam via Schoonderbeek uit in de buurt van de Kelnarij, bij het dorp Putten. In noordelijke richting liep dat pad door naar Groot Kampveld. Daar kon men de kortste weg naar Ermelo nemen of op twee manieren naar de buurtschap Veldwijk, waar aansluiting was op de weg van Nijkerk naar Harderwijk.

In 1846 kocht Mr. Jacob van Hall dus het erf. Toen was sprake van een boerenwoning, landheerskamer, stal schapenhok, verdere getimmerten , put en gronden. Of de landheerskamer er in 1822 ook als was, is niet na te gaan maar enigszins waarschijnlijk is het wel. Zo’n speciale kamer of woongedeelte was vaak een zomerverblijf voor de eigenaar of een mooi uitgangspunt voor een jachtpartij.
Opvallend is al in die vroege 19e eeuw het relatief grote aandeel bos in deze boerderij. Groevenbeek kan gezien worden als een uitloper van het Putterbos. De ligging was kennelijk vooral geschikt voor het telen van hout. Ook bij het aangrenzende Klein Kampveld was houtteelt en -verkoop al in de 17e eeuw van belang.

De allang niet meer bestaande boerderij Schoonderbeek. Zo ongeveer kan de boerderij op Groevenbeek er rond 1800 hebben uitgezien.

Beken

Over de ligging van Groevenbeek, ten opzichte van Ermelo en Putten en verbindingswegen is al even gesproken. Dan is er nog een anders soort ligging, namelijk de hoogteligging ten opzichte van de omgeving.

Evenals Kampveld, het noordelijk deel van het tegenwoordige landgoed, ligt Groevenbeek tegen de westelijke flank van het Veluwemassief. Al honderden jaren geleden wisten de bewoners van het gebied hiervan profijt te trekken. In de helling die van nature hier aanwezig was groef men tot onder het grondwaterniveau een gat (de sprengkop) en een aansluitende sleuf. Hier liep het grondwater het gegraven deel in en vormde aldus een beek. De beken waren om allerlei redenen belangrijk. Veel toponiemen in een betrekkelijk kleine omgeving verwijzen ernaar. Behalve Groevenbeek zelf ook Volenbeek en Schoonderbeek, evenals de boerderijnamen Ter Beek en Klarenbeek onder Telgt.

Groevenbeek staat al aangeduid op deze kaart van Christiaan Sgrooten uit 1570. De tekenaar heeft ook al mooi de stuwwallen aangegeven, tegen de rand waarvan o.m. Groevenbeek ligt.

Bekenstelsel tussen Putten Ermelo

Een sprengenbeek was veel meer dan natuurlijke beken door een regelmatige wateraanvoer geschikt voor het aandrijven van watermolens. Zij komen in een afzonderlijke tekst aan bod. Bij Groevenbeek en het aangrenzende Schoonderbeek zijn twee van die sprengenbeken gegraven, met ook deze beide namen. Op enige afstand van zijn oorsprong splitste zich de Schoonderbeek. De ene tak ging richting De Vanenburg en ging daar verder als De Kronkel; de andere tak verenigde zich met de Groevenbeek die ter plaatse al Volenbeek was gaan heten.

De Groevenbeek en de Volenbeek hebben vanaf de zeventiende eeuw twee papiermolens aangedreven, de zogenaamde Telgtermolen aan de Watervalweg en de Vanenburgermolen ten oosten van het gelijknamige kasteel van de familie Van Essen.

De manier waarop een sprengenbeek werkt aanschouwelijk gemaakt (Ontleend aan Ontdek de Veluwe. Uitgave IVN/Vara 1976).

De grens met Putten

De droge bedding van de voormalige Spreng. De grens met Putten loopt in het midden hiervan.

Bij de totstandkoming van het kadaster rond 1832 werd aan alle onzekerheid rond gemeentegrenzen een einde gemaakt. Een gezelschap, bestaande uit de burgemeester en twee aanwijzers uit de desbetreffende gemeenten maakte met de Landmeter der eerste klasse van het Kadaster een tocht langs de gemeentegrens en legde de bevindingen vast in een proces-verbaal. Op korte afstand ten zuidoosten van het huis Groevenbeek werd het midden van de gelijknamige waterloop als grens bepaald. Echter, dat is niet de beek die we nu via een mooi houten bruggetje kunnen oversteken. Die was er nog niet. De toenmalige beek liep langs de zuidkant van het weiland waarin een paar jaar geleden een theehuis is gebouwd. Anders dan ik in een eerdere versie van dit artikel schreef, loopt de grens met Putten nog steeds in het midden van deze inmiddels droge bedding.
Zowel op de kaart als in het veld zien we nog een stroompje dat dichterbij het landhuis loopt en dat zich vroeger als snel verenigde met de zuidelijker gelegen beek. Nu eindigt dit bij de vijver. Moeten we hierin zelfs de meest oorspronkelijk Groevenbeek zien?

Lees verder over de watermolens op de Groevenbeek. En het veel uitgebreider verhaal over Groevenbeek.